|
Algemeen
Aanschaffen huisdier
Het aanschaffen van een huisdier brengt een hele verantwoordelijkheid met zich mee, voor de rest van zijn leven is het dier afhankelijk van u. Er zijn grote verschillen tussen de diersoorten en rassen wat betreft voorwaarden voor huisvesting en de hoeveelheid aandacht en verzorging die het dier nodig heeft. Het is verstandig u daar goed in te verdiepen voordat u een huisdier aanschaft. Adviezen en aandachtspunten hierbij kunnen zijn:
- Lees eerst iets over de diersoort die u aan wilt schaffen, bezoek eventueel fokkers of een rasvereniging.
- Informeer naar een betrouwbaar adres.
- Doe geen impulsaankoop, maar denk er eerst nog een nachtje over na.
- Koop geen ziek dier, het zielig het ook is. Dit houdt het broodfokken in stand.
Natuurlijk is het super leuk om een huisdier te hebben! Wij willen u graag helpen om een goede keuze te maken. Voor een persoonlijk aanschafadvies kunt u een afspraak maken.
Buitenland
Steeds meer mensen nemen hun huisdier(en) mee op vakantie. Wanneer u met uw hond of kat op vakantie gaat gelden er vaak regels wat betreft vaccinaties, chippen en een Europees Paspoort. Afhankelijk van het land waar u naar toe gaat gelden er verschillende eisen. Wij adviseren u tijdig contact op te nemen met ons zodat wij u kunnen helpen alle noodzakelijke voorbereidingen te treffen. Voor meer informatie kunt u ook kijken op www.licg.nl
Let op! Invoereisen zijn aan veranderingen onderhevig, wij raden altijd aan om zelf contact op te nemen met de ambassade van het betreffende land.
Wij adviseren een goede tekenbestrijding voor de landen ten zuiden van Nederland, omdat daar teken voorkomen die ernstige ziektes overbrengen (Babesia, Ehrlichia). Ook kan uw dier besmet worden met hartworm (overgebracht door muggen) en Leishmania (overgebracht door zandvliegjes in het Middellandse Zeegebied). Gelukkig zijn er goede producten om te voorkomen dat uw dier ziek wordt, vraag voor vertrek wat er nodig is voor het gebied waar u heengaat, dan helpen wij u graag.
Chippen
De identificatie en registratie van uw dier is belangrijk omdat hiermee uw dier teruggevonden kan worden als hij ooit wegloopt. Tegenwoordig is het mogelijk om dieren door het plaatsen van een transponder (een zogenaamde chip) te voorzien van een unieke code. Nadat deze chip onderhuids is aangebracht wordt deze code (met de gegevens van u en uw dier) aangemeld bij een databank. Zo kan een gevonden dier via het aflezen van de chip gemakkelijk gelinkt worden aan de eigenaar. Om uw dier mee te nemen naar het buitenland is een chip verplicht.
Dierenverzekering
Er bestaat de mogelijkheid om uw huisdier te laten verzekeren tegen de meeste ziektekosten. U betaalt hiervoor een premie, afhankelijk van het door u gekozen verzekeringspakket. Informeer gerust hiernaar bij ons.
Medicijnen ingeven
Bij gemakkelijke dieren kunnen de tabletten in zijn geheel achter op de tong gelegd worden. Daarna wordt de bek dichtgehouden en over de keel gestreken om het slikken te bevorderen. Let op uitspugen. Soms is het nodig om de tabletten te verstoppen in een lekkernij of te verdelen door het eten. Zorg er dan wel voor dat u niet te veel eten klaarmaakt zodat alles opgegeten wordt. Indien het niet lukt om de medicijnen in te geven zijn wij natuurlijk bereid u hiermee te helpen.
Vuurwerk
Sommige honden en katten reageren angstig op vuurwerk, ze kruipen weg en durven niet naar buiten. Angst voor onverwachtse, harde geluiden is natuurlijk gedrag bij huisdieren. Mensen gaan geschrokken huisdieren vaak geruststellen. Dit kan het dier ervaren als een bevestiging van zijn angst. Daarmee kan de vuurwerkangst versterken. Straf uw huisdier nooit als hij angstig is, maar troost hem ook niet. Probeer te doen alsof er niets aan de hand is.
Bij de dierenarts zijn kalmeringstabletten verkrijgbaar die er voor zorgen dat uw dier wat suf wordt. Dit kan prima voor oud en nieuw, maar het is geen oplossing voor meerdere dagen.
Sommige dieren geven zich niet over aan het versuffend effect van deze medicijnen en kunnen onrustig zijn. Het is niet verstandig uw huisdier alleen te laten als hij deze tabletten gehad heeft.
De tabletten kunnen het best rond 20:00 uur op oudejaarsavond gegeven worden, het is verstandig uw huisdier die dag nuchter te houden om misselijkheid te voorkomen. Als het dier nog rustig is bij het ingeven van de tablet is het beste effect te verwachten. Voor dieren met epilepsie of oudere dieren en/of hartpatiënten is valium een veilig middel. Kalmeringstabletten bestrijden alleen de symptomen. Om de angst systematisch aan te pakken is gedragstherapie en het trainen met de vuurwerk-CD aan te raden, eventueel in combinatie met medicijnen om de therapie te versnellen.
Feromonen zijn natuurlijke geurstoffen die een rol spelen bij de communicatie tussen honden en/ of katten onderling. Deze stoffen geven de boodschap ‘het is hier veilig’ en daardoor werkt het rustgevend. In onze kliniek kunt u verdampers kopen met een soortgelijk feromoon. De verdamper wordt minimaal 2 weken voor Oud en Nieuw in een stopcontact geplaatst in een ruimte waar de hond en kat het liefst vertoeft en is ongeveer een maand werkzaam.
Tips rond nieuwjaar zijn:
- Gordijnen sluiten: dit dempt de knallen en lichtflitsen.
- De muziek aanzetten: hierdoor worden de meeste geluiden overstemd.
- Houd de hond buiten aan de riem met een goed passende, stevige halsband, zodat hij bij schrik zijn kop niet uit de halsband kan trekken en weg kan lopen.
- Het is verstandig uw kat binnen te houden.
- Laat de hond op oudejaarsdag bijtijds uit op een plek waar niet veel geknald wordt.
- Als de hond of kat schrikt van een knal troost hem dan niet, dit versterkt het angstige gedrag
- Geef uw hond of kat de gelegenheid op een donkere plek te gaan liggen en laat hem daar rustig liggen.
- Als uw hond gewend is om in een bench te liggen, maak deze dan extra veilig door drie zijkanten en het dak te bedekken.
- Laat uw hond niet alleen thuis, en zeker niet in een ruimte met veel ramen.
U kunt altijd voor advies bij ons terecht.
Kat
Blaasproblemen
Als de kat last heeft van de blaas of urinewegen gaat hij steeds kleine beetjes plassen, erg persen op de urine, soms ziet u bloed bij de urine of gaat hij op vreemde plaatsen in huis plassen.
Bij katers kan een verstopping van de urinedoorgang ontstaan. Dan probeert hij steeds te plassen, maar lukt het niet. Soms komen er alleen een paar druppels urine. Dit is een spoedgeval!
Als uw kat één van deze klachten vertoond is het verstandig een afspraak bij de dierenarts te maken. Als het lukt is het handig urine mee te nemen zodat we dit kunnen onderzoeken. Om onderscheid te kunnen maken tussen de verschillende oorzaken is urineonderzoek noodzakelijk.
Mogelijke oorzaken van blaasproblemen kunnen zijn:
Blaasgruis
Er zijn een aantal soorten blaasgruis (ook wel kristallen genoemd), die we door middel van een urineonderzoek onder de microscoop kunnen vaststellen. De meest voorkomende zijn de struvietkristallen. Deze kristallen veroorzaken een irritatie van de blaaswand en kunnen bij katers leiden tot een verstopping van de plasbuis. Hierdoor kan de blaas overvuld raken en dit kan leiden tot een nierbeschadiging. Dit is een spoedgeval en het is verstandig zo snel mogelijk contact met ons op te nemen of met de spoedarts.
Als er struvietkristallen gevonden zijn, krijgt uw kat gedurende 6 weken een dieetvoer mee in de vorm van blikjes en/of droogvoer om het blaasgruis op te lossen. Ook is het soms nodig medicijnen te geven om de blaasirritatie te verminderen. Vervolgens doen wij na 6 weken een urineonderzoek om te controleren of het blaasgruis is opgelost. Als dat goed is gaat uw kat over op een ander dieetvoer, dat de vorming van nieuwe kristallen helpt voorkomen. Dit dieet is levenslang en het is belangrijk dat hij naast dit dieetvoer geen ander voer krijgt voor een optimaal resultaat.
Blaasstenen
Blaasstenen zijn zichtbaar op de röntgenfoto of op een echo. Deze kunnen door een operatie verwijderd worden.
Blaasontsteking door bacteriën
Soms zijn er bacteriën die de blaasklachten veroorzaken. Dan krijgt de kat ook antibiotica. Meestal is er sprake van een blaasontsteking bij oudere katten. Katten met suikerziekte, een te actieve schildklier en nierproblemen zijn gevoeliger voor een blaasontsteking.
Blaasirritatie (idiopathische cystitis)
Katten kunnen ook ineens last van de blaas krijgen zonder duidelijke oorzaak, vaak vinden we dan bloed in de urine. Bij meer dan 60% van de katten met blaasproblemen komt deze aandoening voor. Risicofactoren hierbij zijn: overgewicht, katten die weinig bewegen en/of drinken. Ook zijn het vaker binnenkatten, waarbij er vaak meerdere katten samen in huis leven. Het blijkt dat ook stress een rol kan spelen bij het ontstaan van deze blaasklachten. Als de kat weinig naar de kattenbak gaat kan dat ook blaasproblemen geven. Het is vaak moeilijk om de oorzaak te achterhalen. Er zijn verschillende medicijnen mogelijk om dit probleem te verhelpen. Per kat zullen we kijken wat het beste werkt. Het drinken bevorderen en blikvoer geven (dit bevat meer vocht) kan de klachten voorkomen.
Gedragsprobleem
Als uw kat in huis plast kunnen daar diverse oorzaken voor zijn. Het is verstandig om als eerste stap een medisch probleem uit te sluiten. Als hier niets uit gekomen is, kan het ook een gedragsprobleem zijn. De meest voorkomende gedragsproblemen zijn: stress, territoriaal gedrag of een kattenbakprobleem. Een kattenbakprobleem is in de meeste gevallen redelijk makkelijk op te lossen, in de andere gevallen kost het meestal iets meer moeite. Heeft uw kat een gedragsprobleem, neem dan contact op met onze gedragsdeskundige.
Andere, minder vaak voorkomende oorzaken
Bij jonge katten kan er ook een aangeboren probleem bestaan. Ook zien we soms op de röntgenfoto dat er een gezwel in de blaas zit.
De oudere kat
Aandachtspunten bij de oudere kat zijn:
Drinkt en plast de kat meer dan voorheen? Braakt hij vaker?
Als de oudere kat meer gaat drinken kan dat bijvoorbeeld komen doordat de lever- of de nierfunctie wat achteruitgaat. Ook kan de kat dan wat minder eetlust hebben en/of wat vaker braken. Hoe eerder we ontdekken dat deze organen minder goed werken hoe beter het meestal te behandelen is. We doen dan een bloedonderzoek. Ook kan een kat meer gaan drinken bij suikerziekte of als de schildklier te snel werkt.
Is het gewicht van de kat aan het verminderen?
Dit kan betekenen dat de kat zich niet zo lekker voelt en daardoor minder eet. Ook kan de schildklier teveel hormoon afgeven. Deze aandoening komt regelmatig voor bij oudere katten en is meestal goed te behandelen. Het is verstandig de kat in elk geval door de dierenarts te laten controleren.
Zijn de achterpoten wat slapper, valt de kat om?
Oudere katten zijn gevoeliger voor tekorten aan bepaalde voedingsstoffen. Zo kan de kat last hebben van kalium of vitamine B gebrek. Het is verstandig de kat een seniorenvoer te geven. De samenstelling is speciaal afgestemd op de behoeften van de oudere kat.
Ook artrose bij katten kan voorkomen, dan kan de kat bijvoorbeeld minder goed op de bank springen. Hier zijn medicijnen voor zodat de kat geen pijn heeft bij bewegen. Soms kan er plotseling een verlamming van de achterpoten optreden. Er kan dan een bloedprop vastzitten in de bloedvaten naar de achterpoten. Dit komt voor bij katten met een hartprobleem.
Lijkt het of hij minder ziet, tegen dingen aanloopt?
Senioren katten zijn, net als mensen, gevoelig voor een te hoge bloeddruk. Als u het idee heeft dat de kat minder ziet kunnen wij een bloeddrukmeting doen.
Euthanasie
Veel kattenbezitters hopen dat hun dier rustig op zijn vertrouwde plek in zijn slaap zal overlijden, dit gebeurt echter niet zo vaak. Meestal zal men bij een aftakelende kat toch op enig moment een keuze moeten maken of het leven voor de kat nog draaglijk is. Natuurlijk ziet u als eigenaar erg op tegen deze beslissing. De dierenarts zal u zo goed mogelijk aangeven wanneer het niet meer in het belang van de kat is om langer door te gaan. Belangrijk bij deze beslissing is om de kwaliteit van leven voor de kat zo goed mogelijk in te schatten: heeft de kat pijn? Heeft hij nog plezier in zijn leven? Heeft de kat nog een goede eetlust? Is hij nog zindelijk in huis? En bij ziekte: wat is zijn kans op herstel?
Als de beslissing genomen is om het dier te euthanaseren kunt u een afspraak maken zodat dit in alle rust kan gebeuren. De kat krijgt eerst een injectie met een narcose middel waarvan hij rustig in slaap valt. Hij voelt dan niets meer en merkt niet meer wat er in zijn omgeving gebeurt. Daarna krijgt de kat een injectie met een overdosis slaapmiddel. Daardoor stopt eerst de ademhaling, vervolgens houdt het hart op met kloppen en overlijdt de kat.
Veel mensen hebben het gevoel dat hun aanwezigheid bij het inslapen het dier tot steun is en dat ze zelf rustig afscheid kunnen nemen. Als u het niet prettig vindt om erbij te zijn hoeft dat natuurlijk niet.
Er wordt met u overlegd wat er na het overlijden met de kat gaat gebeuren. Deze keuze is heel persoonlijk. U kunt kiezen voor crematie bij een dierencrematorium. Zij halen de kat dan bij ons op. Ook is het mogelijk de kat te begraven. Verder is het mogelijk de kat in de kliniek achter te laten voor destructie.
Verdriet om het verlies van uw kat is een heel natuurlijke reactie. Zeker als de band tussen u en de kat hecht is. Neem de tijd om over het verlies heen te komen. Een waardig afscheid en het terugkijken op alle goede momenten kunnen helpen bij de verwerking.
Ontwormen
Het ontwormen van katten op elke leeftijd is belangrijk. Wanneer een dier besmet is met wormen gaat dit niet alleen ten koste van de eigen conditie en gezondheid. De wormeitjes gaan met de ontlasting mee naar buiten en zijn een besmettingsbron voor andere dieren en mensen.
Vooral de zogenaamde spoelworm kan bij jonge dieren voor diarree en groeiachterstand zorgen. De eitjes (die niet zichtbaar in de ontlasting zitten) kunnen ook mensen (met name kinderen) besmetten.
Ook kan de kat besmet zijn met de lintworm. De segmenten van deze worm zijn soms zichtbaar als witte rijstkorrelachtige structuren in de ontlasting. Deze wordt overgebracht via de vlo, als het dier de vacht likt of bijt. Een goede wormbestrijding betekent dus ook een goede vlooienbestrijding.
Het is belangrijk jonge dieren vaak te ontwormen, kittens op 4,6,8 weken leeftijd en 4 en 6 maanden leeftijd. Voor dieren ouder dan 1 jaar wordt 4 x per jaar ontwormen geadviseerd.
Overgewicht
Steeds meer katten hebben in mindere of meerdere mate last van overgewicht. Als uw kat te zwaar is, heeft hij een verhoogd risico voor een groot aantal problemen, zoals suikerziekte, hartaandoeningen, ademhalingsmoeilijkheden, huidklachten en gewrichtsontsteking.
Een van de belangrijkste oorzaken voor het overgewicht bij katten is te veel of te calorierijk eten in combinatie met te weinig beweging. Als er via de voeding meer energie binnenkomt dan dat er wordt verbruikt, zal het overschot worden opgeslagen als lichaamsvet.
Hoe kunt u zien dat uw overgewicht heeft?
- U kunt de ribben van uw kat niet voelen.
- U ziet geen taille meer.
- Uw kat loopt minder en mogelijk ook moeilijker.
- Uw kat slaapt veel, beweegt zich zo min mogelijk.
- Uw kat is kortademig.
Wat kan er aan gedaan worden?
Bij twijfel is het verstandig uw kat even te laten wegen. De dierenarts of assistente zal samen met u bekijken in hoeverre uw kat last heeft van overgewicht en vervolgens een behandelplan opstellen. Dit plan bestaat uit een dieet van blikjes en/of droogvoer en extra beweging. Dit dieetvoer is een smakelijke en complete diervoeding met weinig vetten en calorieën en een hoog vezelgehalte voor een verzadigd gevoel. De hoeveelheid voer die u geeft is naar streefgewicht. Het is belangrijk uw kat regelmatig te laten wegen. Als uw kat op gewicht is, kan hij over op een light voer om te voorkomen dat hij niet opnieuw overgewicht gaat ontwikkelen. Enkele voedingstips zijn:
- Vermijd het voeren van etensresten en snoepjes.
- Geef de aanbevolen hoeveelheid voer.
- Verdeel de dagelijkse hoeveelheid in verschillende maaltijden per dag.
- Als u meerdere huisdieren heeft, voer ze dan apart.
- Meng het nieuwe voer gedurende een periode van 7 dagen door de vorige voeding van uw kat.
Sterilisatie / castratie
Voor de ingreep
Wanneer de kat onder narcose gaat is het belangrijk om uw dier vanaf 20:00 uur de avond ervoor nuchter te houden (het dier mag wel drinken).
Sterilisatie/ castratie
In de volksmond wordt met sterilisatie het onvruchtbaar maken van een poes bedoeld en bij castratie hebben we het over een kater. Medisch gezien betekent sterilisatie het onderbinden van de eileiders of zaadleiders. Bij katten verwijderen we na het onderbinden van de geslachtsorganen de teelballen of eierstokken en dit heet dan voor zowel het mannetje als het vrouwtje eigenlijk castratie.
Poes
Als u niet van plan bent om met de poes te gaan fokken is sterilisatie (eigenlijk castratie) de beste optie. Meestal doen we deze operatie vanaf 6 maanden leeftijd. Voor de operatie kunt u de poes 's morgens of 's middags brengen, dit gaat op afspraak. Na de operatie blijft de poes een aantal uurtjes bij ons tot ze weer helemaal bijgekomen is. Dan mag u haar weer ophalen.
Kater
Als de kater vruchtbaar wordt kan hij gaan 'sproeien' in huis. Dit is normaal territoriaal gedrag, maar vaak ongewenst voor de eigenaar. Ze kunnen ook meer gaan zwerven en vechten met andere katers. Als u dit gedrag merkt is het verstandig een afspraak te maken om de kater te laten castreren. Zeker het sproeien in huis moet geen gewoonte worden, dan helpt castratie soms niet meer.
Narcose
Voordat we de poes of kater onder narcose brengen wordt het dier goed onderzocht. Het narcoserisico is erg klein bij gezonde dieren. Een ziek dier onder narcose brengen heeft een verhoogd risico. Als de kat diarree heeft of braakt, (af en toe) benauwd is, hoest /niest of ziek lijkt, laat u dat dan alstublieft weten als u de kat komt brengen! Ook als het dier mogelijk niet nuchter is horen wij dat graag, dan kunnen wij hier rekening mee houden.
Na de narcose
Na de ingreep laten we de kat hier rustig bijkomen. Als hij weer helemaal wakker is mag hij opgehaald worden. U wordt over de nabehandeling uitvoerig geïnformeerd door onze assistentes. Het is normaal dat ook thuis het dier nog zal moeten herstellen. Het is verstandig de kat op een warm plekje in huis te laten liggen. Heeft u nog vragen bij thuiskomst of mocht de toestand van het dier verslechteren neemt u dan contact met ons op.
Vaccineren
Vaccinatie is een manier om uw dier te beschermen tegen een aantal ernstige infectieziekten. Bij jonge dieren zijn vaak meerdere vaccinaties opeenvolgend nodig omdat zij gevoeliger zijn voor deze infecties en nog geen afweer hebben opgebouwd. Kittens vaccineren wij meestal op 9 en 12 weken leeftijd. Ook volwassen dieren moeten regelmatig gevaccineerd worden om hun bescherming op peil te houden. Vooral ouder wordende dieren hebben deze hervaccinaties zeker nodig.
De cocktailvaccinatie zorgt voor opbouw van afweerstoffen tegen: kattenziekte (parvovirus) en niesziekte (calicivirus en rhinotracheïtisvirus). Eerst wordt de kat helemaal onderzocht door de dierenarts. Jaarlijkse lichamelijke controle kan een ziekte in een vroeg stadium signaleren.
Verder kunt u uw kat nog laten vaccineren tegen infectieuze leukemie (FeLV), hondsdolheid (rabiës) en met een neusdruppelvaccinatie tegen een niesziektevariant (Bordetella bronchoseptica).
Vlooien
Vlooien zijn kleine afgeplatte insecten die zich voeden door het zuigen van bloed bij uw huisdier. Alleen de volwassen vlooien vinden we op het dier terug.
De ontwikkeling van vlooienei via larven tot pop vindt in de omgeving van het dier plaats (dit kan in uw huis of buitenshuis zijn). Een volwassen vlo legt ongeveer 30 eitjes per dag!
Vlooienbeten veroorzaken jeuk waardoor het dier gaat krabben. Sommige dieren worden overgevoelig (allergisch) voor het speeksel van de vlo, waardoor één of enkele beten al voldoende zijn voor een heftige jeukreactie.
Een goede vlooienbestrijding is gebaseerd op het voorkomen van vlooien (preventie). Dit betekent dat de behandelingen gedurende het gehele jaar gegeven moeten worden met een regelmatig interval. In de verwarmde huizen kan de vlo het hele jaar actief zijn. Het is verstandig alle katten en honden die in het huishouden aanwezig zijn tegelijk te behandelen.
Aan de balie helpen de assistentes u graag met onze producten voor de vlooienbestrijding.
Voeding
Kittens drinken de eerste 3-4 weken van hun leven moedermelk. Daarna beginnen ze ook belangstelling te krijgen voor andere voeding. Er kan vanaf dan begonnen worden met 2-3 keer per dag wat blikvoer, droge brokjes of wat geweekte brokjes. Zet steeds meer voor ze klaar zodat ze op een leeftijd van 6-8 weken helemaal zelfstandig eten. Wij hebben speciale kittenvoedingen met extra energie en eiwitten, wat belangrijk is voor de groei.
Het is handig om de kat al op jonge leeftijd aan verschillende smaken eten te laten wennen. Een kat is namelijk kieskeurig en laat zich op oudere leeftijd vaak niet zomaar een ander voer voorzetten.
De hoeveelheid voer per dag staat meestal op de verpakking aangegeven. Als de kat te zwaar is geef dan de hoeveelheid voer voor het streefgewicht.
Een uitgebalanceerde kattenvoeding zorgt ervoor dat de kat alle benodigde voedingsstoffen in de juiste verhouding krijgt. Alleen vlees of vis geven kan leiden tot tekorten.
Vanaf de leeftijd van ongeveer 8 jaar is een seniorenvoeding aan te raden.
Verder hebben we speciale diëten als uw kat medische problemen heeft. Zo kan bij huid- of diarreeklachten een aangepast voer soms verbetering geven. Katten met blaas- of nierproblemen kunnen beter een speciaal dieet krijgen.
Voor katten met overgewicht hebben we een voeding waar minder energie in zit. Dit voer geeft wel een goede maagvulling, zodat de kat niet steeds trek heeft.
Hond
Euthanasie
Veel hondenbezitters hopen dat hun dier rustig op zijn vertrouwde plek in zijn slaap zal overlijden, maar dit gebeurt niet zo vaak. Meestal zal men bij een aftakelende hond toch op enig moment een keuze moeten maken of het leven voor de hond nog draaglijk is. Natuurlijk ziet u als eigenaar erg op tegen deze beslissing. De dierenarts zal u zo goed mogelijk aangeven wanneer het niet meer in het belang van de hond is om langer door te gaan. Belangrijk bij deze beslissing is om de kwaliteit van leven voor de hond zo goed mogelijk in te schatten: heeft de hond pijn? Heeft hij nog plezier in zijn leven? Heeft de hond nog een goede eetlust? Is hij nog zindelijk in huis? En bij ziekte: wat is zijn kans op herstel?
Als de beslissing genomen is om het dier te euthanaseren kunt u een afspraak maken zodat dit in alle rust kan gebeuren. De hond krijgt eerst een injectie in de spier met een narcose middel waarvan hij rustig in slaap valt. Hij voelt dan niets meer en merkt niet meer wat er in zijn omgeving gebeurt. Daarna krijgt de hond een injectie met een overdosis slaapmiddel. Daardoor stopt eerst de ademhaling, vervolgens houdt het hart op met kloppen en overlijdt de hond. Veel mensen hebben het gevoel dat hun aanwezigheid bij het inslapen het dier tot steun is en dat ze zelf rustig afscheid kunnen nemen. Als u het niet prettig vindt om erbij te zijn hoeft dat natuurlijk niet.
Er wordt met u overlegd wat er na het overlijden met de hond gaat gebeuren. Deze keuze is heel persoonlijk. U kunt kiezen voor crematie bij een dierencrematorium. Zij halen de hond dan bij ons op. Ook is het mogelijk de hond te begraven. Verder is het mogelijk de hond in de kliniek achter te laten voor destructie.
Verdriet om het verlies van uw hond is een heel natuurlijke reactie. Zeker als de band tussen u en de hond hecht is. Neem de tijd om over het verlies heen te komen. Een waardig afscheid en het terugkijken op alle goede momenten kunnen helpen bij de verwerking.
De oudere hond
Rustig
Eén van de eerste kenmerken van het ouder worden kan zijn dat de hond minder speelt en rent, meer slaapt en wat langzamer wordt. Bij grote rassen kan dit vanaf een leeftijd van 7-8 jaar zijn, en bij kleine honden vanaf 8-9 jaar.
Stram
Sommige honden worden wat stijver bij opstaan en lopen. Dit kan komen doordat ze last hebben van arthrose (gewrichtslijtage) van één of meerdere gewrichten, de rug of nek. Door minder bewegen wordt de bespiering ook minder waardoor ze vaker wegglijden.
Pijnstillers/ ontstekingsremmers kunnen het bewegen voor de hond een stuk aangenamer maken. Ook hebben we voer(supplementen) met glucosamines om de gewrichten soepeler te maken.
Overgewicht:
De oudere hond beweegt vaak wat minder en heeft een tragere stofwisseling waardoor hij dikker kan worden. Het is verstandig dan wat minder seniorenvoer te geven en meerdere kleine wandelingetjes op een dag te maken.
Vacht, huid en nagels:
De oudere hond begint vaak wat grijs te worden rond te snuit, ook de vacht kan veranderen. De nagels worden vaak langer door minder beweging. Om te voorkomen dat de nagels pijn gaan doen of ingroeien kunt u ze (laten) knippen.
Horen, zien, ruiken:
Sommige honden hebben moeite met hun oriëntatie, dit kan komen doordat hun gezichtsvermogen, gehoor en reuk achteruit gaat. Vooral in een nieuwe omgeving kan de hond er last van hebben. Het is belangrijk om buiten extra op de hond te letten en eventueel de hond te begeleiden door hem aan de riem te doen. Ook kunnen oudere honden last krijgen van dementie.
Gezondheid
Door de jaren heen leert u het gedrag van uw hond goed kennen. Soms kan het u dan opvallen dat er iets verandert aan het gedrag van de hond, bijvoorbeeld dat hij meer drinkt en meer plast, sneller moe wordt of hoest. Indien u zo'n verandering opmerkt is het verstandig een afspraak bij de dierenarts te maken.
Hotspot
Een hotspot wordt voornamelijk gezien bij honden met een dichte vacht. Meestal in de halsstreek of op de flanken/onderrug ontstaat een vochtige, vuurrode plek. Deze 'hotspot' ontstaat vrij acuut en de hond zit er voortdurend aan te krabben, likken en/of bijten. De oorzaak van deze plotse jeuk kan onder andere een insecten- of vlooienbeet zijn. De dierenarts zal nagaan of er een oorzaak te vinden is voor deze plots ontstane jeuk. Verder zullen de haren op en rond de plek verwijderd worden. Daarna is het verstandig de plek te wassen met betadine of andere desinfecterende shampoo, omdat de beschadigde huid inmiddels geïnfecteerd kan zijn met bacteriën (onder andere afkomstig uit de bek van de hond). Verder kan de 'hotspot' behandeld worden met zalf (met antibiotica en corticosteroïden). Het belangrijkste van de behandeling is het voorkomen dat de hond weer aan de plek gaat zitten, hierbij kan afleiding helpen (door bijvoorbeeld meer met de hond te gaan wandelen). Eventueel kan een kraag verder zelf-trauma voorkomen.
Ontwormen
Het ontwormen van honden op elke leeftijd is belangrijk. Wanneer een dier besmet is met wormen gaat dit niet alleen ten koste van de eigen conditie en gezondheid. De wormeitjes gaan met de ontlasting mee naar buiten en zijn een besmettingsbron voor andere dieren en mensen.
Vooral de zogenaamde spoelworm kan bij jonge dieren voor diarree en groeiachterstand zorgen. De eitjes (die niet zichtbaar in de ontlasting zitten) kunnen ook mensen (met name kinderen) besmetten.
Ook kan de hond besmet zijn met de lintworm. De segmenten van deze worm zijn soms zichtbaar als witte rijstkorrelachtige structuren in de ontlasting. Deze wordt overgebracht via de vlo, als het dier de vacht likt of bijt. Een goede wormbestrijding betekent dus ook een goede vlooienbestrijding.
Het is belangrijk jonge dieren vaak te ontwormen: Pups op 2, 4, 6 en 8 weken leeftijd en 4 en 6 maanden leeftijd. Voor dieren ouder dan 1 jaar wordt 4 x per jaar ontwormen geadviseerd.
Overgewicht
De hoeveelheid voeding die een volwassen hond nodig heeft is afhankelijk van de activiteit (is het een actieve of een rustige hond), de hoeveelheid dagelijkse beweging en de leefomgeving (bv. boerderij, flat). Omdat er erg veel voersoorten te koop zijn, is het moeilijk om precies aan te geven hoeveel gram de hond per dag nodig heeft. Meestal staat dit op de verpakking van het betreffende merk. Als een hond teveel eet en/of te weinig beweegt kan de hond dik worden. Ook kan hij zwaarder worden doordat de schildklier te traag werkt. Regelmatig wegen is dus van belang. Om te bepalen of de hond te dik is wordt met de vlakke hand de ribben gevoeld: deze moeten duidelijk te voelen zijn. Na sterilisatie of castratie is het verstandig de hond 30% minder voer te geven dan voorheen, omdat door de hormoonverandering de hond sneller te zwaar kan worden. Als u vragen heeft over het gewicht van u hond helpen wij u graag!
Hoe gevaarlijk is overgewicht?
Honden met overgewicht hebben een kortere levensverwachting dan hun slanke soortgenoten. Daarnaast lopen zwaarlijvige honden meer risico op onder andere suikerziekte, gewrichtsaandoeningen (artrose), vetgezwellen en verminderd uithoudingsvermogen. Als uw hond te zwaar is begeleiden wij u graag om hem te laten afvallen.
Puppybegeleiding
De belangrijkste periode in een hondenleven is het eerste levensjaar. Als eigenaar van een nieuwe pup krijgt u vaak veel informatie en misschien heeft u zelf ook vragen. Bij uw eerste bezoek krijgt u van ons een tas vol met informatie. De volgende onderwerpen zullen hierin besproken worden:
- Voeding, gewicht, groei
- Gebits- en vachtverzorging
- Parasieten (wormen, vlooien)
- Vaccinatie
- Verzekering, chippen
- Castratie/ sterilisatie
- Opvoeding, zindelijk maken
- Socialisatie
- Uw vragen
Sterilisatie / castratie
Voor de ingreep
Een teef kan het best na de eerste loopsheid gesteriliseerd worden (vanaf 6 maanden leeftijd). Als ze al loops geweest is steriliseren wij 3 maanden na het begin van de loopsheid (precies tussen twee loopsheden in), omdat dan de baarmoeder en eierstokken het minst doorbloed zijn. Wanneer een dier onder narcose gaat is het belangrijk om uw dier vanaf 20:00 uur de avond ervoor nuchter te houden (het dier mag wel drinken). De hond kan het beste even uitgelaten worden voordat ze gebracht wordt.
Sterilisatie/ castratie
In de volksmond wordt met sterilisatie het onvruchtbaar maken van een teefje bedoeld en bij castratie hebben we het over een reu. Medisch gezien betekent sterilisatie het onderbinden van de eileiders of zaadleiders. Bij honden verwijderen we na het onderbinden van de geslachtsorganen de teelballen of eierstokken en dit heet dan voor zowel het mannetje als het vrouwtje eigenlijk castratie.
Voordelen van sterilisatie (eigenlijk castratie) bij de teef:
- geen loopsheid meer
- geen schijnzwangerschap
- geen risico voor baarmoederontsteking op oudere leeftijd
- kans op suikerziekte kleiner
- veel kleinere kans op melkkliertumoren bij sterilisatie op jonge leeftijd
Nadelen van sterilisatie (eigenlijk castratie) bij de teef:
- de ingreep is onomkeerbaar
- gewichtstoename: het is verstandig de hond 30% minder voer te geven dan voor de ingreep.
- urineverlies: de blaassluitspier kan slapper worden waardoor de teef incontinent wordt. Dit kan soms gebeuren, meestal op oudere leeftijd en is goed te behandelen.
- soms veranderd de vacht, deze kan wat dikker en krulliger worden.
Castratie van een reu
Als de reu agressief is naar andere reuen, wegloopt (achter loopse teven aan), markeergedrag in en om het huis of overmatig rijgedrag vertoont kan castratie zinvol zijn. Ook steeds terugkerende voorhuidontsteking of prostaatklachten kunnen met castratie verholpen worden. Niet bij alle gedragsproblemen is castratie een goede oplossing! Bij twijfel kunt u met ons overleggen. Een gecastreerde reu heeft minder eten nodig, het is verstandig de hond 30% minder voer te geven dan voor de ingreep.
Narcose
Voordat we de hond onder narcose brengen wordt het dier goed onderzocht. Het narcoserisico is erg klein bij gezonde dieren. Een ziek dier onder narcose brengen heeft een verhoogd risico. Als de hond diarree heeft of braakt, (af en toe) benauwd is, hoest/niest of ziek lijkt, laat u dat dan alstublieft weten als u de hond komt brengen! Ook als het dier mogelijk niet nuchter is horen wij dat graag, dan kunnen wij hier rekening mee houden.
Na de narcose
Na de ingreep laten we de hond hier rustig bijkomen. Als de hond weer helemaal wakker is mag hij (aan het eind van de dag) opgehaald worden. U wordt over de nabehandeling uitvoerig geïnformeerd door onze assistentes. Het is normaal dat ook thuis het dier nog zal moeten herstellen. Het is verstandig de hond op een warm plekje in huis te laten liggen. Heeft u nog vragen bij thuiskomst of mocht de toestand van het dier verslechteren neemt u dan contact met ons op.
Vaccineren
Vaccinatie is een manier om uw dier te beschermen tegen een aantal ernstige infectieziekten. Bij jonge dieren zijn vaak meerdere vaccinaties opeenvolgend nodig omdat zij gevoeliger zijn voor deze infecties en nog geen afweer hebben opgebouwd. Pups vaccineren wij op 6, 9, 12 weken leeftijd. Ook volwassen dieren moeten regelmatig gevaccineerd worden om hun bescherming op peil te houden. Vooral ouder wordende dieren hebben deze hervaccinaties zeker nodig.
De cocktailvaccinatie zorgt voor opbouw van afweerstoffen tegen: hondenziekte, parvo, leverziekte, leptospirose (Weil) en parainfluenza. Eerst wordt de hond helemaal onderzocht door de dierenarts. Jaarlijkse lichamelijke controle kan een ziekte in een vroeg stadium signaleren. Verder kunt u uw hond nog laten vaccineren tegen kennelhoest en hondsdolheid (rabiës).
Vlooien
Vlooien zijn kleine afgeplatte insecten die zich voeden door het zuigen van bloed bij uw huisdier. Alleen de volwassen vlooien vinden we op het dier terug. De ontwikkeling van ei via larve tot pop vindt in de omgeving van het dier plaats (dit kan in uw huis of buitenshuis zijn). Een volwassen vlo legt ongeveer 30 eitjes per dag!
Vlooienbeten geven jeuk waardoor het dier gaat krabben. Sommige dieren worden overgevoelig (allergisch) voor het speeksel van de vlo, waardoor één of enkele beten al voldoende zijn voor een heftige jeukreactie. Een goede vlooienbestrijding is gebaseerd op het voorkomen van vlooien (preventie). Dit betekent dat de behandelingen gedurende het gehele jaar gegeven moeten worden met een regelmatig interval. In de verwarmde huizen kan de vlo het hele jaar actief zijn. Het is verstandig alle honden en katten die in het huishouden aanwezig zijn tegelijk te behandelen. Aan de balie helpen de assistentes u graag met onze producten voor de vlooienbestrijding.
Voeding
Het is van essentieel belang uw hond een goed en evenwichtig voer te geven, zodat hij de voedingsstoffen in de juiste verhouding binnenkrijgt. Veel factoren zoals: omgevingscondities, mate van activiteit, levensstadium, geslacht en ras kunnen van invloed zijn op de keuze van het juiste voer. Het is belangrijk om uw hond een volledig voer te geven, afgestemd op de grootte van het ras.
Als u wilt overschakelen op een ander voer, meng dan steeds een beetje meer van het nieuwe voer door het oude. Bij en plotselinge overgang op ander voer kunnen de darmen van slag raken en kan de hond diarree krijgen.
De voedingsbehoefte van een pup verschilt met dat van een volwassen hond. Vooral bij een pup is de keuze voor een voer van een A-merk sterk aan te bevelen. Pups hebben voor de opbouw van hun skelet en spieren relatief meer energie, calcium en fosfor nodig dan een volwassen hond. De verhoudingen tussen calcium en fosfor is hierbij erg belangrijk. In een goed voer is die verhouding precies zoals hij moet zijn. Supplementen kunnen deze verhouding verstoren en zijn dus sterk af te raden.
Er is ook een verschil in behoefte tussen een pup van een groot ras en die van een klein ras. Een pup van een groot ras groeit het eerste jaar relatief sneller dan een pup van een klein ras en een grote hond groeit langer door. Als deze hond een voer krijgt dat teveel energie en calcium bevat, kan hij te snel groeien, waardoor skeletafwijkingen kunnen ontstaan.
Een senior voer wordt geadviseerd aan honden ouder dan 7 jaar. Naarmate honden ouder worden veranderen hun voedingsbehoeften. Ze hebben meestal minder calorieën nodig omdat ze minder actief zijn. Verder kan de kwaliteit van de vacht achteruit gaan. Door een verhoging van de essentiële vetzuren in de voeding blijft de vacht gezond. Omdat de nierfunctie minder kan worden is het eiwitgehalte in senior voer verlaagd.
Het is dus belangrijk om gedurende het hele leven van uw hond in te spelen op zijn actuele behoeftes. Zeker ook bij de oudere hond raden wij een goede voeding aan en is het verstandig uw hond regelmatig te laten controleren door de dierenarts.
Knaagdier
Gebitsproblemen
Tanden en kiezen van een konijn en cavia groeien levenslang door. Bij het eten van gras en hooi slijten ze af. Als de stand van het gebit niet goed is en de kiezen van onder- en bovenkaak niet precies recht op elkaar staan slijten ze niet goed af. Dan kunnen er haken op de kiezen en lange voortanden ontstaan. U merkt dit omdat ze minder gaan eten en soms gaan kwijlen. Vaak hebben ze wel interesse in het voer, nemen een hapje, maar dan prikt de haak in de wang of tong en stoppen ze. Het is verstandig het konijn of de cavia zo gauw mogelijk door een dierenarts te laten behandelen!
Gedrag
Van nature houdt het konijn van graven. Zij leven in tunnels met 2 tot 8 konijnen samen met hun nakomelingen. Het konijn in de natuur eet grassen en planten met een hoog vezelgehalte en weinig calorieën. Als we de natuurlijke leefsituatie van het konijn zo goed mogelijk willen nabootsen is het dus belangrijk om hoofdzakelijk hooi als voer te geven. Een klein beetje krachtvoer is prima, maar niet teveel! Graven is dus normaal konijnengedrag, een zandbak is daarom leuk voor het konijn. In huis vinden konijnen mogelijkheden om zich te verstoppen vaak fijn.
Soms laten konijnen agressief gedrag naar elkaar zien. Vaak is dan castratie of sterilisatie een goede oplossing. Het houden van meerdere konijnen is aan te raden, konijnen zijn immers groepsdieren! De combinatie van een gecastreerd mannetje met een gesteriliseerd vrouwtje gaat vaak het best. Twee ongesteriliseerde vrouwtjes gaan vaak vechten.
Overdreven knaaggedrag kan wijzen op een tekort aan vezels. Konijnen hebben veel behoefte aan vezels. Dit halen ze uit hooi. Als ze teveel konijnenkorrels en te weinig hooi, gras en bladgroentes krijgen kunnen ze gaan knagen op hout, muren, elektriciteitsdraden enzovoort.
Overmatig poetsen en vachtplukken kan ook wijzen op een gebrek aan vezels in de voeding, maar kan ook door verveling komen. Bij vrouwtjes kan het ook nestgedrag zijn.
Plassen in huis wordt gezien bij sexueel actieve konijnen om hun terrein af te bakenen. Ook kan het gedrag ontstaan als er een nieuwe huisgenoot komt. Dit territoriale gedrag verdwijnt na sterilisatie of castratie tenzij het al langere tijd bestaat, dan is dit gedrag een gewoonte geworden. Verder kan het naast de bak plassen ook een medische oorzaak hebben.
Pijn bij een konijn kan zich uiten in knarsetanden, verstoppen of onverklaarbaar agressief gedrag. Dan is het verstandig met uw konijn naar de dierenarts te gaan om hem te laten onderzoeken.
Maden
Bij warm weer kan de blauwgroene vlieg eitjes leggen op het konijn. De vlieg gaat af op de urinegeur of komt als het konijn ‘ plakpoep’ rond de anus heeft. De vliegen leggen hun eieren op vervuilde huid, in open wonden, vaak rond de anus en de onderkant van de staart. De maden die uit de eieren komen boren zich binnen vier uur al etende naar binnen, het konijn moet dus zo snel mogelijk behandeld worden! U kunt deze huidmadenziekte (myiasis) voorkomen door:
- het hok goed droog en schoon te houden
- het konijn dagelijks op wondjes te controleren
- aangeplakte ontlasting rond de anus te verwijderen of het konijn wassen
- vliegen te weren door fijne vitrage of vliegengaas voor het hok
Sterilisatie / castratie
Mannetjes kunnen territoriaal gedrag vertonen en daarbij agressief naar u of naar soortgenoten zijn. Dan is het verstandig het konijn te laten castreren. Meestal castreren we rond een leeftijd van 6 maanden. Houd er rekening mee dat het mannetje al vanaf 3 maanden leeftijd zich kan gaan voortplanten, ook na de castratie kan hij nog 3 weken vruchtbaar zijn.
Ook vrouwtjes in de pubertijd kunnen agressief worden. Vanaf 6 maanden leeftijd kunnen wij haar steriliseren. Een bijkomend voordeel is dat ze dan geen baarmoederkanker meer kan krijgen. Op de leeftijd van 4 jaar heeft een vrouwtje 50 tot 80% kans om deze vorm van kanker te krijgen, ook als ze nooit een nestje heeft gehad.
Narcose
Voordat we het konijn onder narcose brengen wordt het dier goed onderzocht. Algemeen geldt dat het narcoserisico bij konijnen groter is dan bij honden en katten. Onze ruime ervaring met een speciaal op het konijn aangepaste narcose houdt dit risico zo klein mogelijk. Een ziek dier onder narcose brengen heeft een verhoogd risico. Als het konijn diarree heeft , (af en toe) benauwd is, hoest/niest of ziek lijkt, laat u dat dan alstublieft weten als u het konijn komt brengen! Een konijn hoeft niet nuchter te zijn voor de narcose.
Vaccineren
Omdat myxomatose en RHD/VHD infectieziekten zijn met bijna altijd een dodelijke afloop is het verstandig hiertegen te vaccineren.
Myxomatose wordt via stekende insecten (vlooien, muggen) overgebracht. De eerste vaccinatie kan vanaf een leeftijd van 4 weken, daarna wordt de vaccinatie 2 x per jaar herhaald. RHD/ VHD besmetting kan via hooi, groenvoer en andere konijnen optreden. De vaccinatie kan vanaf 8 weken leeftijd gegeven worden en moet daarna jaarlijks herhaald worden.
Wij organiseren twee keer per jaar vaccinatiespreekuren tegen een gereduceerd tarief. Meestal is dat in april en augustus/ september. Als uw konijn bij ons ingeschreven staat krijgt u een oproep met de mogelijke data. U kunt dan een afspraak maken, om wachttijden voor u en uw konijn te voorkomen.
Voeding
Het basisvoer voor konijnen en cavia's is gras en hooi, omdat de vezels daarvan noodzakelijk zijn voor het goed functioneren van de darmen. Hooi (of gras) moet daarom dag en nacht beschikbaar zijn. Verder kunt u uw konijn groenten geven, zoals: boerenkool, wortels en wortelloof, andijvie, broccoli en paardenbloem. (Oppassen met koolsoorten, klaver en prei). Ook vinden ze fruit vaak erg lekker, zoals een klein stukje appel. Teveel nieuwe groenten en fruit ineens kan klachten geven, dus geef eerst een klein beetje van het nieuwe voer.
Veel konijnen en cavia's krijgen verder gemengde granen of korrels. Voor cavia's is extra vitamine C erg belangrijk. Gemengd voer kan zorgen dat het dier selectief gaat eten en daardoor van bepaalde voedingsstoffen teveel en andere te weinig krijgt. Groene krachtvoerkorrels zijn daarom beter. Vaak krijgen konijnen teveel krachtvoer, maximaal 20-30 gram per kilogram lichaamsgewicht per dag is voldoende.
Konijnen en cavia's zijn gevoelig voor plotse voedingswisselingen, probeer daarom altijd geleidelijk een nieuw voedingsmiddel te geven. Dagelijks water is voor konijnen en cavia's ook belangrijk. Als cavia's of konijnen een dag niet eten is dat een spoedgeval! Neem dan direct contact op met de dierenarts. |